085 130 25 80 (Nieuwe centrale nr.)

U bent nu hier: 

Nieuws / 

Cursus DNA en Nutrigenomics

04 juni 2018

Cursus DNA en Nutrigenomics

Dankzij het terugdringen van infectieziekten worden mensen in welvaartslanden oud. De kwaliteit van leven laat voor veel mensen boven de 45 echter te wensen over. 5,3 miljoen mensen heeft in Nederland een chronische niet overdraagbare ziekte. Dat is bijna 1/3 van de bevolking!

Bedenk daarbij dat de meeste chronische ziekten voorkomen onder volwassenen. 
De percentages worden dus nog een stuk ongunstiger wanneer we beseffen dat een groot deel van de gezonde bevolking nog kind is. Hier ligt een mogelijkheid voor ‘the next step’: oud worden mét een goede kwaliteit van leven. Op sommige plekken op de wereld (the blue zones) wordt al aangetoond dat dit mogelijk is.

Een interessante vraag waar wetenschappers al lang mee worstelen is: komen ziektebeelden nu voort uit ‘nature’ of uit ‘nurture’? Of met andere woorden: zijn onze genen verantwoordelijk voor ziekte of onze omgevingsfactoren?

En zoals voor de meeste debatten geldt ligt de waarheid vaak in het midden. Of beter: allebei is waar.

Het is een feit dat bepaalde genen je gevoeliger maken voor bepaalde ziekten. Of het nu bepaalde kankersoorten betreft, hart- en vaatziekten, schildklierproblemen, overgewicht of diabetes.

Echter, je genen zijn nooit je lot. Je individuele genetische opmaak bepaalt je kwaliteiten, maar ook je zwaktes. Achter elk gen schuilt een bepaalt voordeel, al kan dit in eerste instantie niet zo lijken. Als je genetisch gevoeliger bent voor overgewicht (het opslaan van vet) lijkt dit immers niet voordelig. Maar als je in een omgeving van schaarste zou leven zou je dit wel meer overlevingskansen bieden!

Hetzelfde geldt voor mensen die heel gauw gestresst zijn. Hun lichaam maakt genetisch makkelijker stresshormonen aan. En wanneer ze ook nog een genetische variant hebben waardoor het afbreken van stresshormonen langzamer verloopt, dan staan ze heel snel ‘aan’ en blijven ze ook ‘aan’. Dit is een voordeel voor het kunnen waarnemen van gevaar. Deze hoge mate van alertheid kan ook een voordeel zijn in een beroep als advocaat of academicus. Het kan echter ook een nadeel betekenen voor o.a. een goede nachtrust.

En zo bepalen genen ook of we goed om kunnen gaan met medicatie, alcohol of bepaalde voedingsstoffen. Of we een betere duursporter of krachtsporter zouden zijn. Of we goed of minder goed met vetten kunnen omgaan. Wanneer je je genen kent, kun je je leefstijl daar beter op aan laten sluiten. Je genen hoeven je dan geen nadeel op te leveren. Een ijsbeer zal immers perfect functioneren op de noordpool, maar ziek worden en niet lang overleven op de savanne.

De westerse leefstijl sluit niet meer aan bij onze genetische opmaak als mens. Bovendien zijn er zoals genoemd individuele verschillen tussen mensen, waardoor de één een beroerte krijgt, de ander alzheimer en een derde multiple sclerose.

Het doen van een DNA test waarin de meest ingrijpende genetische varianten worden gemeten stelt je in staat je biochemie te optimaliseren waardoor je de kansen enorm verkleint om ziek te worden. Een DNA profiel kan een therapeut helpen bepalen waar het lichaam steun nodig heeft om de interne biochemie te optimaliseren.

Leestip: Dirty Genes van Dr. Ben Lynch

Een gespannen twaalfvingerige darm bemoeilijkt de galafgifte en dus de vetvertering.