085 130 25 80 (Nieuwe centrale nr.)

U bent nu hier: 

Nieuws / 

Wetenschappelijk internationaal Osteopathie congres te Milaan

24 november 2013

Wetenschappelijk internationaal Osteopathie congres te Milaan

http://www.congressosteopatia.com/en/programma/programma-congresso

Anne-Ruurd ging samen met 3 collega’s naar dit congres, om op de hoogte te blijven van de huidige wetenschappelijke status van de osteopathie. Het hoofdthema was lage rugpijn, één van de hoofdredenen waarom patiënten een osteopaat raadplegen. Op het congres werden echter ook andere onderzoeken besproken buiten het kader van dit hoofdthema.

 

12-14 november: Cursus Andry Vleeming voorafgaand aan het congres 15-17 november: congres incl workshops

12-14 november: Cursus Andry Vleeming voorafgaand aan het congres:

"de Evidence Based aanpak bij chronische lage rugklachten en bekkenklachten"

Andry Vleeming is een internationaal gerenommeerd wetenschapper op het gebied van lage rugpijn, bekken- en SI gewrichtspijn. Tijdens deze drie daagse cursus gaf hij een diepgaande samenvatting over de huidige stand van wetenschap. Zowel op het vlak van osteopathie en andere manuele therapieën, fysiotherapie als chirurgie. Uit onderzoek blijkt dat bij chronische lage rugpijn een multifactoriële aanpak het meest effectief is, en zelfs noodzakelijk is als het gaat om volledig herstel.

Zowel manuele behandelingen, zoals mobilisaties, manipulaties en rekkingen, als oefentherapie, medicatie en soms chirurgische ingrepen, maar ook een cognitieve aanpak kunnen nodig zijn om patiënten met deze klachten te kunnen helpen.

Vleeming laat zien dat uit onderzoeken blijkt dat het van cruciaal belang is om lage rugpijn niet als ‘aspecifieke lage rugpijn’ te classificeren. Een werkzame therapie kan pas ingezet worden als de therapeut een duidelijke subclassificatie maakt van de klachten. Gaat het om bekkenpijn of rugpijn? Is het een spier, een gewrichtje of de tussenwervelschijf? Heeft de patiënt een te ronde of juist een te holle rug? Dit bepaalt welke behandelstrategie effectief zal zijn. Als alle rugpijn over 1 kam geschoren wordt kan immers nooit een specifiek behandelplan opgesteld worden. Toch wordt dit veelvuldig gedaan door therapeuten en artsen.

Zoals op onze site te lezen is, benadrukken wij ook het belang van een goede diagnose. Eerst moet duidelijk zijn welk weefsel pijnlijk is, daarna moet vastgesteld worden waaróm dit weefsel pijn doet. Het is belangrijk om zowel oorzaak als gevolg te achterhalen.

Tijdens de drie dagen behandelde Vleeming de functionele anatomie en biomechanica van het SI gewricht en de lage rug. Deze regio moet zowel stabiel als mobiel zijn. De vorm van de gewrichten, maar ook de functie van de spieren en het bindweefsel ofwel fascia, zijn hiervoor verantwoordelijk. De fascia krijgt pas sinds recent de wetenschappelijke erkenning die het verdient. Het verbindt al onze weefsels aan het elkaar, en het heeft een enorm belangrijke functie! Voor het revalideren van chronische lage rugklachten is zowel oefentherapie als manuele behandeling noodzakelijk. Beide therapieën mogen zich niet alleen focussen op de lage rug, maar ook de ledematen moeten meegenomen worden, omdat die via spier-bindweefselketens belangrijke hefboomwerkingen uitoefenen op de lage rug en SI gewrichten.

Tijdens de derde en laatste dag werd de theorie in de praktijk gebracht. Vleeming besprak de 5 meest bewezen testen die de subclassificatie bekkenpijn diagnosticeren. Recentelijk werd een ligament ontdekt dat verantwoordelijk is voor 85% van alle bekkenklachten. Vaak werd de Piriformis spier hiervoor verantwoordelijk geacht, maar de wetenschap toont een hele andere realiteit. Bij instabiliteit van het SI gewricht vangt dit ligament de krachten op. Het lichaam probeert vervolgens met de grote bilspieren en de ademhalingsspieren alsnog stabiliteit te creëren.

Deze compensatie strategieën om alsnog stabiliteit te krijgen blijken op de lange termijn echter juist averechts te werken en verantwoordelijk te zijn voor chronische lage rug en bekkenpijn. Vleeming liet onderzoeken zien die bewijzen dat zowel manuele behandelingen als specifieke oefeningen nodig zijn om deze vicieuze cirkel te doorbreken.

Ook uit onderzoek blijkt namelijk dat de therapie op maat moet zijn gemaakt om écht effectief te zijn. Om chronische lage rugpijn en bekkenpijn op te lossen is gerichte manuele behandeling van de fascia die loopt van de rug tot in de armen en benen en behandeling van de gewrichten van de heupen, het bekken en de onderrug noodzakelijk. Ook oefeningen voor het verkrijgen van lichaamsbewustzijn, een juiste ademhalingstechniek en controle over de diepe stabiliserende spieren van de buik en rug samen met specifieke krachttraining zijn essentieel in het definitief elimineren van chronische lage rugpijn. Hierin kunnen de osteopathie en fysiotherapie elkaar dus enorm ondersteunen!

15-17 november: congres incl workshops

Tijdens het drie daagse congres kwamen er diverse internationale sprekers: PhD’s in de klinische anatomie, osteopathie of verwante wetenschap, vertellen over de huidige stand van zaken betreffende wetenschap en osteopathie. Frank Willard en Andry Vleeming deden verslag over nieuwe anatomische ontdekkingen in de lage rug en de halswervelkolom. De functie van de fasciën op de stabiliteit van de lage rug werd in detail uitgelegd, begeleidt met duidelijke foto’s van dissecties.

Frank Willard hield een geweldig interessante lezing over wetenschappelijk onderzoek, waarbij vastgesteld werd hoe het kan dat een beginnende pathologie aan een orgaan kan leiden tot veranderingen in het spier- en bindweefsel in de rug. Een onderzoek waarbij onderzoekers actief alvleesklierenzym in de alvleesklierbuis spoten leidde tot pijn en verzwakking van de spieren tussen de schouderbladen. Er ontstond tevens ontsteking in het bindweefsel van die regio. De alvleesklier zend alarmsignalen uit naar het ruggemerg tussen de schouderbladen. Als reactie wordt door de zenuwen die daar gelegen zijn ontstekingsstofjes afgegeven aan het lokale weefsel. Deze weefselveranderingen kan een osteopaat waarnemen, en hieruit afleiden dat er een beginnend probleem in één van de organen aanwezig is.

Naast Frank Willard en Andry Vleeming waren ook de lezingen van Leon Chaitow, Christian Fossum, Gary Fryer, Hollis King en Steven Vogel erg interessant.

De workshop van Christian Fossum over behandelstrategieën bij afwijkingen aan de tussenwervelschijven in de onderrug was ook zeer de moeite waard. Na een opfrissing over welke typen afwijkingen er kunnen zijn aan de tussenwervelschijf en welke klachten daar gewoonlijk bij ontstaan, legde hij uit hoe belangrijk het is om niet alleen lokaal ter hoogte van de klachten te behandelen. Bij problemen aan de tussenwervelschijf is het namelijk essentieel dat het lichaam de lokaal geproduceerde ontstekingsstofjes worden ‘weg gewassen’. Hiertoe is het essentieel dat de circulatie goed functioneert. De mobiliteit van de borstkas en het middenrif moet in orde zijn om een goede pompfunctie te kunnen uitoefenen. Er mag tevens geen stuwing op de afvoerende vaten van de onderrug zijn. Bewegingsbeperking tussen de lever en de maag, en delen van de darmen, kunnen zorgen voor een stuwingseffect op de bloedbaan, waardoor de onstekingsstofjes niet goed afgevoerd kunnen worden. Christian liet de technieken zien die effectief zijn om dergelijke problematiek op te heffen.

In de avond was er tijd om de vele gezellige restaurantjes van Milaan te ontdekken. Al met al was het een geslaagde, leerzame en gezellige week!

Een gespannen twaalfvingerige darm bemoeilijkt de galafgifte en dus de vetvertering.